Waarom fotograferen in de M-stand?
Eerst zal ik even de verschillende programma-standen uitleggen. Je kunt bij de meeste spiegelreflex-camera’s kiezen voor verschillende standen. Bij gebruik van de P-stand (Programma-gestuurd) word de optimale combinatie tussen diafragmawaarde en sluitertijd door de camera bepaald. Dit is eigenlijk gewoon automatisch fotograferen.
De volgende twee standen zorgen ervoor dat je al bewuster met fotografie bezig bent.
In de A-stand (Aperture = Diafragma) kun je zelf de diafragmawaarde instellen en kiest de camera automatisch de sluitertijd die daar bij past. Bij een lage diafragmawaarde is de sluitertijd kort, daardoor ontstaat veel scherpte-diepte in je foto. De voor en achtergrond zijn dan onscherp. Dit kan heel mooie effecten geven bij het fotograferen van een stilleven. Bij een hoge diafragmawaarde is de sluitertijd lang, maar is alles op de foto scherp.
In de S-stand (Shutter = sluitertijd) kiest de camera automatisch de diafragmawaarde die past bij de sluitertijd die is ingesteld. Bij het fotograferen van snelle bewegingen is het handig een zo kort mogelijke sluitertijd te gebruiken, wanneer u beweging vast wilt leggen, bij bijvoorbeeld het fotograferen van een fontein of bij auto’s, dan is een lange sluitertijd handig.
Met je camera in de M-stand (manueel) heb je volledige invloed op de foto’s die je maakt. In deze stand bepaal je zelf het diafragma (scherpte-diepte) en de sluitertijd. Je hebt de controle en kunt een optimaal belichte foto maken, waarbij je zelf bepaald welk gebied scherp is.
STAP 1: De ISO-waarde instellen
Naast de combinatie tussen diafragma en sluitertijd zijn er nog twee factoren belangrijk. Het stappenplan bij manueel fotograferen begint volgens mijn theorie bij het kiezen van de ISO-waarde. Oefening leert welke waarde geschikt is voor welke situatie. De eerste is de ISO-waarde. Bij een lage ISO-waarde is er veel licht nodig, maar het voordeel is dat je een minimale hoeveelheid ruis op de foto krijgt. Nadeel is dat de sluitertijd in sommige situaties te lang is. Wanneer je een hogere ISO-waarde kiest, bijvoorbeeld ISO-400, dan is er een kortere sluitertijd nodig. De maximale ISO waarde varieert per camera, als je bijvoorbeeld ISO-3200 kiest, dan is de sluitertijd kort. Dit is een voordeel bij situaties bij weinig licht, omdat je dan nog goede foto’s kunt nemen, met relatief korte sluitertijden. Bij fotografie in een vrij donker café of discotheek, kun je dan de originele sfeer en discolichten vastleggen, zonder dat een flitser noodzakelijk is. Een flitser zou de sfeer mogelijk verpesten, een lange sluitertijd zou er voor zorgen dat alle dansende mensen ‘bewogen’ op de foto staan. Dat is een situatie waarbij een hoge ISO-waarde nodig is. Nadeel van ISO-waarde 3200 is wel dat er ruis ontstaat, een korrelig effect op de foto. Kies dus een niet te hoge ISO-waarde.
Stap 2: De witbalans instellen
Je kunt de witbalans automatisch laten bepalen door de camera, maar aangezien we nu toch manueel bezig zijn kun je de witbalans ook handmatig instellen. De meeste digitale spiegelreflex camera’s hebben de mogelijkheid de witbalans in te stellen door een foto te maken van een wit vel papier. Je kunt ook een grijskaart gebruiken. Verder is er de mogelijkheid de kleurtemperatuur in te stellen via het aantal Kelvin. Bij daglicht zijn de waarden tussen de 5500 K - 10.000 K. Bij kunstlicht tussen de 2800 K - 3300 K. Wil je bijvoorbeeld een prachtige zonsondergang vastleggen met de diepe kleuren, zoals je ze werkelijk ziet, dan moet je meestal de witbalans handmatig instellen. Ook bij TL-licht of buitenverlichting (gaslampen) zit de automatische witbalans er nogal eens naast. Semi-pro camera’s hebben vaak een veel betere automatische witbalans dan instap-reflex camera’s. Fotografeer je in RAW, dan kun je achteraf met RAW fotobewerkings-software (zoals Photoshop RAW-editor) de witbalans corrigeren, zonder kwaliteitsverlies aan de foto.
STAP 3: Diafragma en Sluitertijd instellen
Het diafragma bepaald de scherpte-diepte. Bij een diafragma met een laag getal, bijvoorbeeld f2.8, heb je veel scherpte-diepte. Bij f-18 is alles scherp, zowel dichtbij als veraf. Dit is iets wat het menselijk oog niet kan, maar met fotografie is dat wel mogelijk. De sluitertijd is van belang om beweging te bevriezen (korte sluitertijd) of juist te registreren (lange sluitertijd). Wanneer je een fontein fotografeert met een korte sluitertijd, dan zie je de waterspatten stil in de lucht hangen op de foto. Een lange sluitertijd zorgt ervoor dat er vage strepen te zien zijn waar het water naar beneden valt. Dan is de beweging vastgelegd. Bij lange sluitertijden is het wel van belang dat de camera niet beweegt. Camera's en/of de objectieven hebben tegewoordig beeldstabilisatie, maar ook dat is beperkt. Is de sluitertijd erg lang gebruik dan een statief, zet de camera op een vaste plek, of gebruik een bonenzak om de camera niet te laten bewegen.
Je hebt nu stap 1 al uitgevoerd, de camera bepaalt op basis van de gekozen ISO-waarde welke verhoudingen tussen diagragma en sluitertijd mogelijk zijn. Dit komt doordat de camera het rekenwerk voor je doet, doordat de belichtingsmeter de hoeveelheid licht meet. Je hebt op het LCD-scherm, op het bovenste scherm en/of in de zoeker balkjes die laten zien of je te hoog of te laag zit. Denk na wat je wilt, is scherpte-diepte belangrijk, ga dan eerste de diafragmawaarde instellen. Is beweging belangrijk, ga dan van start met de sluitertijd. Zoek de juiste balans, dan krijg je een echt bijzondere foto. Onder of overbelichten kan mooie effecten opleveren. Dit word ook wel High-key of Low-key genoemd.
Stap 4: Neem je foto
Ga de foto maken die je wilt maken, denk goed na over de compositie en denk ook bewust na over de metingsmethode. Bij de meeste camera’s kun je kiezen tussen spotmeting, centrum meting en ESP-meting. Je kunt ook handmatig scherpstellen (focussen) om optimale controle te houden. Richt het meetveld op het onderwerp en druk de ontspanknop half in. De camera stelt nu scherp. Maak eventueel gebruik van focus-lock, om eerst scherp te stellen op het onderwerp en het onderwerp vervolgens uit het centrum te plaatsen in de compositie. Controleer vervolgens of de balkjes van de balans tussen diafragma en sluitertijd nog steeds goed staan, corrigeer eventueel. Neem dan je foto.
Gefeliciteerd, je hebt nu zelf volledig manueel een foto gemaakt, zoals je die in de (semi-) automatische stand nooit had kunnen maken. Je hebt overal bewust over nagedacht.
LET OP: ga je nu fotograferen en beheers je de beschreven techniek nog niet optimaal, of werk je met een andere camera dan je gewend bent, kies dan niet voor de manuele stand. Je wilt niet het moment supréme verprutsen als je fotografeert op een bruiloft of een belangrijke sportwedstrijd. Beheers je de techniek goed met je eigen camera, dan staat dat garant voor fantastische resultaten, die je op de automatische stand nooit had kunnen bereiken!
|